DGA-salaris lager dan € 58.000 in 2026?
DGA-salaris lager dan € 58.000 in 2026?
Veel DGA’s gaan ervan uit dat zij zichzelf verplicht minimaal € 58.000 salaris moeten uitkeren. Dat is echter niet altijd juist. Hoewel de gebruikelijkloonregeling voor 2026 een normbedrag van € 58.000 kent, zijn er situaties waarin een lager salaris verdedigbaar is.
In deze blog bespreken wij wanneer een lager DGA-salaris mogelijk is en waar je rekening mee moet houden.
Hoe werkt het gebruikelijk loon?
Wanneer je werkzaamheden verricht voor je eigen BV, moet je daarvoor een gebruikelijk loon ontvangen. De wet bepaalt dat dit loon wordt vastgesteld op het hoogste van de volgende bedragen:
- het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
- het loon van de meest verdienende werknemer binnen de onderneming of het concern;
- € 58.000 per jaar (2026).
Op het eerste gezicht lijkt het daardoor alsof iedere DGA minimaal € 58.000 salaris moet ontvangen. Toch biedt de wet op verschillende punten ruimte voor een lager loon.
Een vergelijkbare dienstbetrekking verdient minder
De belangrijkste uitzondering is de vergelijkbare dienstbetrekking. Wanneer je aannemelijk kunt maken dat iemand in een vergelijkbare functie in loondienst minder verdient dan € 58.000, mag je in veel gevallen aansluiten bij dat lagere salaris.
Daarbij wordt gekeken naar het totale arbeidsvoorwaardenpakket. Niet alleen het bruto maandsalaris telt mee, maar ook vakantiegeld, een eventuele dertiende maand, pensioenbijdragen en andere arbeidsvoorwaarden.
In de praktijk zien wij dit regelmatig terug bij horecaondernemingen. Managementfuncties in de horeca kennen vaak lagere salarissen dan het wettelijke normbedrag. Ook bij creatieve beroepen, online ondernemers en influencers kan ruimte bestaan voor een lager gebruikelijk loon.
Met name bij influencers en content creators ontstaat regelmatig discussie over wat nu precies een vergelijkbare dienstbetrekking is. Juist omdat er weinig vergelijkbare functies in loondienst bestaan, kan een lager loon soms verdedigbaar zijn. Tegelijkertijd vraagt dit wel om een goede onderbouwing.
Het is daarom verstandig om vacatures, salarisonderzoeken, cao-tabellen of andere arbeidsmarktgegevens te bewaren. Daarmee kun je bij een eventuele controle uitleggen hoe het salaris is vastgesteld.
Wat als de BV onvoldoende winst of kasstroom heeft?
Een veelgehoord argument is dat een BV simpelweg niet genoeg geld heeft om een gebruikelijk loon van € 58.000 uit te betalen. Dat argument kan relevant zijn, maar leidt niet automatisch tot een lager salaris.
De gebruikelijkloonregeling kijkt namelijk in eerste instantie naar de waarde van de werkzaamheden die je verricht. Een verlieslatende onderneming kan daarom nog steeds een gebruikelijk loon hebben.
Toch zien wij in de praktijk dat de financiële positie van de onderneming wel degelijk een rol kan spelen. Met name bij startende ondernemingen, bedrijven die zich nog in een investeringsfase bevinden of BV’s die tijdelijk onvoldoende middelen hebben om een volledig salaris uit te betalen, kan een lager loon verdedigbaar zijn.
De onderbouwing wordt daarbij belangrijker naarmate de afwijking groter wordt. Een BV die jarenlang winst maakt, maar toch een zeer laag DGA-salaris hanteert, zal doorgaans meer vragen oproepen bij de Belastingdienst dan een onderneming die zich nog in de opstartfase bevindt.
Parttime werken betekent niet automatisch een lager loon
Ook over parttime werk bestaat veel onduidelijkheid. Veel DGA’s gaan ervan uit dat het gebruikelijk loon automatisch naar rato mag worden verlaagd wanneer zij bijvoorbeeld één of twee dagen per week werken.
Zo eenvoudig ligt het echter niet.
De wet kent geen automatische parttime-correctie. Het enkele feit dat je minder uren werkt, betekent daarom niet direct dat het gebruikelijk loon evenredig mag worden verlaagd.
Dat neemt niet weg dat de omvang van de werkzaamheden wel degelijk relevant kan zijn. Wanneer iemand structureel beperkt werkzaamheden verricht, kan dit invloed hebben op het salaris van een vergelijkbare dienstbetrekking. In combinatie met andere factoren, zoals een beperkte winstgevendheid of een startende onderneming, kan daardoor toch ruimte ontstaan voor een lager gebruikelijk loon.
De beoordeling blijft echter sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval.
Vooroverleg met de Belastingdienst: wel of niet doen?
De Belastingdienst biedt de mogelijkheid om vooraf zekerheid te verkrijgen over het gebruikelijk loon. Of dat verstandig is, hangt af van de situatie.
In veel gevallen is vooroverleg niet noodzakelijk. Wanneer de onderbouwing goed is vastgelegd en er voldoende objectieve gegevens beschikbaar zijn over vergelijkbare salarissen, kan vaak zonder voorafgaande toestemming een lager loon worden toegepast.
Bij grotere afwijkingen van het wettelijke normbedrag of wanneer de situatie discussiegevoelig is, kan vooroverleg wel extra zekerheid bieden.
Wij Peter (links) en Roy (rechts) zijn twee ervaren bedrijfsadviseurs. Wij focussen ons naast de traditionele dienstverlening (administratie, jaarwerk en belastingaangiftes) op advies. Zodat je voldoet aan wet- en regelgeving, maar ook de beschikking hebt over een financiële rechterhand. Iemand die betrokken is bij je business en jou daarom van maatwerk financieel en fiscaal advies voorziet. Zodat jij niet alleen zo min mogelijk belasting betaald, maar ook jouw ondernemersdoelen kan behalen.
Peter van Aarle:
peter@lefaccountants.nl
06-54320915
Roy Hoskam:
roy@lefaccountants.nl
06-43789083





